Het atelier rook naar olie, terpentine en linnen. Het zonlicht viel door de halfgesloten houten lamellen in lange banen over de vloer. De stilte was tastbaar. Enkel het zachte schuren van een penseel over doek verbrak de spanning.
Theo stond voor zijn ezel. Zijn handen waren bedekt met vegen okergeel en omber. Zijn blik was gefixeerd. Niet op het doek, maar op haar.
Els.
Ze zat op de chaise longue, haar benen languit, haar rug iets gedraaid, borsten bloot, haar huid goud in het late middaglicht. Haar ogen waren gesloten, haar lippen een fractie van elkaar. Alsof ze op iets wachtte.
‘Draai je heup een beetje,’ zei Theo zacht.
Els opende haar ogen, keek hem aan en deed het traag, met opzet. Haar dijen schoven tegen elkaar, haar bovenlichaam kantelde licht, een tepel draaide mee met haar beweging. Zijn keel werd droog.
‘Zo?’
‘Perfect,’ mompelde hij.
Hij doopte zijn penseel in het rood, streelde het doek met een enkele, beslissende haal. Maar zijn blik bleef hangen op haar lichaam. De welving van haar zij. De schaduw in haar navel. De zachte haartjes op haar onderarm, zichtbaar in het licht.
‘Je staart meer dan je schildert,’ zei Els met een zweem van een glimlach.
‘Het hoort erbij.’
‘Of wil je gewoon iets anders doen met je handen?’
Theo zette zijn penseel neer. De stilte viel terug, zwaarder dan ervoor. Hij liep langzaam naar haar toe, zijn vingers klam. Els keek hem aan, haar blik kalm, maar haar pupillen verrieden iets anders.
Toen hij voor haar stond, boog hij zich iets voorover.
‘Als ik je nu aanraak, verpest ik het hele werk.’
‘Of je maakt het pas echt af.’
Zijn hand streelde haar knie. Ze reageerde niet, behalve een kleine ademhaling die haar borst deed trillen. Hij gleed langzaam omhoog, over haar dij, tot aan haar heup. Haar huid was warm. Levend.
Ze pakte zijn pols en duwde zijn hand iets hoger.
‘Laat het doek wachten,’ fluisterde ze.
Theo ging op zijn knieën naast haar zitten, kuste haar dij. Haar huid rook naar lichte zweet, naar huid die net te lang stil had gelegen in spanning. Zijn lippen vonden hun weg naar haar buik, haar zij, haar borsten.
Els duwde haar vingers in zijn haar, trok hem dichterbij. Haar heupen draaiden zich naar hem toe, gretig. Hij kuste haar tepels, likte ze traag. Ze kromde haar rug.
‘Je hebt me al uren bekeken,’ hijgde ze. ‘Je weet elk detail. Doe er iets mee.’
Theo liet zich zakken tussen haar benen. Zijn vingers spreidden haar zacht. Zijn tong vond haar klit en cirkelde langzaam. Els kreunde luid, haar benen spanden zich rond zijn hoofd.
‘God… ja… daar…’
Hij werkte haar methodisch, als een kunstenaar — met geduld, aandacht, toewijding. Haar ademhaling versnelde, haar vingers grepen het doek onder haar. Haar lijf trok samen, haar kreun sloeg over in een korte schreeuw toen ze klaarkwam, heftig, nat, rillend.
Theo stond op, zijn gezicht glanzend van haar lust. Ze trok hem aan zijn broek naar zich toe.
‘Nu jij.’
Hij knoopte zich los, zijn pik stond strak. Ze pakte hem vast, likte langs zijn lengte, liet hem in haar mond verdwijnen. Haar tong draaide, haar lippen zogen. Hij greep haar haar, zijn heupen stootten zacht.
‘Stop… ik wil in je.’
Ze spreidde haar benen, trok hem naar zich toe. Hij gleed in haar met één beweging. Ze hijgde zijn naam. Hij bewoog diep, langzaam, met ogen wijd open.
‘Kijk naar me, schilder. Zie wat je hebt gemaakt.’
Hij stootte harder, haar lichaam bonkte tegen het leer van de chaise longue. Zijn vingers op haar heupen, zijn borst tegen haar borsten. Hun ademhaling vulde de kamer.
Hij kwam met een schok, diep in haar. Ze hield hem vast, haar benen rond zijn middel geklemd, zijn naam als een fluistering tegen zijn nek.
Ze lagen daarna stil. Alleen het tikken van het penseel, nog naslingerend van eerder, klonk ergens in het atelier.
‘Je hebt me niet afgemaakt op doek,’ fluisterde ze.
Theo glimlachte tegen haar schouder. ‘Maar wel in het echt.’
‘Dan wil ik dat schilderij nooit meer af.’
