“Verborgen spel”

De lichten waren gedempt. Roodfluwelen gordijnen sloten de ruimte af van de buitenwereld. Zachte jazz muziek pulseerde op de achtergrond, als een hartslag die net onder de huid klopte.

Kim stond voor de spiegel in de hal van het herenhuis. Haar masker — zwart, glanzend, versierd met kant en kleine steentjes — verborg haar ogen maar liet haar mond vrij. Haar lippen waren rood. Vurig. Als waarschuwing, of uitnodiging.

De zwarte kanten lingerie omsloot haar als een geheim: een beha die weinig aan de verbeelding overliet, een doorzichtige string, daaronder jarretels die haar kousen strak hielden op haar dijen. Bovenop droeg ze enkel een lange satijnen mantel, open aan de voorkant, net niet sluitend.

Ze voelde zich krachtig. Onaantastbaar. Maar ook — tot op het bot opgewonden.

Mark was er ook. Dat wist ze. Al had ze hem nog niet gezien.

Bij binnenkomst kreeg elke gast een masker. Namen werden niet gebruikt. Alleen blikken. Gebaren. Spanning.

Toen ze de grote salon betrad, gleden blikken over haar heen. Verlangend, nieuwsgierig, onderdanig, dominant. Maar zij zocht één blik. Eén lichaam.

En daar stond hij.

Groot, zelfverzekerd, strak zwart pak, zijn masker mat met zilveren randen. Zijn houding — ontspannen. Alsof hij wist dat hij gezien werd. En dat hij degene was waar zij naar zocht.

Kim liep langzaam naar hem toe. Hun ogen raakten elkaar, zelfs door het masker heen. Hij zei niets. Reikte alleen een hand naar haar uit.

Ze nam die.

Hij leidde haar mee. Door een smalle gang, een fluwelen deur door, naar een kamer waar alleen een chaise longue stond, wat kaarslicht flakkerde, en hun ademhaling het enige geluid was.

Kim draaide zich om. Liet haar mantel van haar schouders glijden. Ze voelde hoe zijn blik over haar gleed, langzaam, als vingers.

Hij kwam dichterbij. Geen woorden. Zijn handen op haar heupen, zijn mond in haar hals. Haar adem stokte toen hij haar kousenrand raakte, zijn vingers de jarretels losmaakten, zijn mond haar sleutelbeen kuste.

Ze draaide zich naar hem toe, haar vingers op zijn borst, zijn masker tegen het hare. Hun lippen vonden elkaar. Hongerig. Wild.

Hij duwde haar achterover op de chaise longue, zijn handen ruw onder haar slip, zijn vingers tussen haar lippen — nat, gretig.

Kim kreunde zacht. Hij trok haar lingerie opzij, liet haar benen over de armleuning glijden, en nam haar in één beweging.

Hard. Gecentreerd. Ritmisch.

Ze greep zich vast aan het fluweel, haar masker scheef, haar hartslag in haar keel. Hun lichamen klapten tegen elkaar als één geheel, als een ritueel dat al eeuwen werd uitgevoerd.

En toen het kwam — de golf, diep, heftig — kon ze niets meer zeggen. Alleen voelen.

Na afloop lagen ze in stilte, haar hoofd op zijn borst, hun maskers nog op.

Mark streelde haar haar. “Ik wist dat jij het was.”

Kim glimlachte. “Ik wist dat jij me zou vinden.”